Foto: Venus & Mars

Venus & Mars

Methamorphosen: Publius Ovidus Naso (43 v. Chr. tot 17 n. Chr.) Vertaling: 1993 M. dHane-Scheltema Atheneum Polak & Van Gennep, Amsterdam. Boek IV: Het tweede verhaal: de Zon vertelt aan de god Vulcanus, dat zijn vrouw, Venus, hem bedriegt met Mars. Vulcanus vangt Venus en Mars in een net. Dit was het eind van haar verhaal. Na een korte pauze ging Leuconoe vertellen, en haar zusters luisterden: Ook hij die alles koestert met zijn hemels licht, de Zon, was eens verliefd. Over de zonneliefde wil ik spreken. Hij was de god, zegt men, die het overspel van Mars en Venus het eerst ontdekte,want de Zon ziet steeds alles het eerst, en er vertoornd om werd. Aan Venus echtgenoot Vulcanus verklapte hij dit bedbedrog en waar het bed was. Hij, uitzinnig kwaad, stootte het kunstwerk dat hij zat te smeden opzij en ging direct ragdunne, bronzen kettingen, netten en klemmen fabriceren, van zo een fijnheid, dat ze onzichtbaar leken, zelfs het dunste weefsel kon dit werk niet overtreffen, zelfs geen spinnenweb, hoog aan de balk en zo gemaakt, dat ze bij licht bewegen of contact in werking traden. Kunstig heeft hij ze bij het bed verstopt en toen zijn vrouw haar minnaar in datzelfde bed ontving, werden zij in het vuur van hun omhelzing klemgezet dankzij die nieuwbedachte kooi, dat kunstwerk van haar man. Vulcanus gooide snel de wit-ivoren deuren open en riep de goden binnen. Daar, verstrikt in schande, lag het paar te kijk! En toch zou menig vrolijk opperwezen ook graag die schande smaken! Alle goden proestten het uit en lange tijd was dit het topgesprek in godenkringen.